1De avondzon maakte lange, gouden strepen over de tuin. Bluey keek naar beneden en zag de langste, meest uitgerekte schaduw die ze ooit had gezien. "Bingo! Kom kijken!" riep ze.
2Bingo huppelde eraan. Ze keek naar haar eigen oranje-witte schaduw en riep verbaasd: "Ik ben gigantisch!"
3Bluey liet haar grote schaduw zwaaien. Bingo zwaaide terug. Twee reusachtige schaduwzusjes begroetten elkaar op het gras, allebei met een kwispelende staart.
4"Laten we dieren zijn!" riep Bluey terwijl ze haar poten samenbracht. Haar schaduw hapte als een krokodil. "HAP!"
5Bingo spreidde haar poten wijd. Een spinnenschaduw kroop snel langs het hek. "Aaaah!" gilde ze, en moest toen lachen om haar eigen schaduw.
6Bluey draaide zich opzij. Haar hoge oren vormden twee scherpe puntjes op het hek. "Ik lijk wel een schaduwwolf!" kondigde ze aan.
7Bingo deed haar na, maar haar zachtere oortjes maakten kleine bultjes. Bluey keek goed. "Jij lijkt meer op een konijntje," besloot ze.
8Bingo trommelde met één voet — bonk, bonk — helemaal als een konijntje. De zusjes lagen samen gierend in het warme gras.
9Ze lagen op hun rug en zagen hoe het licht oranje werd. Hun schaduwen reikten helemaal tot aan de heg.
10"Nog één," zei Bluey. Ze stak haar poot uit. Bingo pakte hem vast en samen stonden ze dicht bij elkaar op het gras.
11Hun samengevoegde schaduw leek wel een hart. "Dat zijn wij," zei Bingo. "Ja," zei Bluey. "Dat zijn wij."
12Een warme stem riep hen voor het avondeten. De zusjes keken nog één keer naar hun schaduwhart, en renden toen samen naar de verlichte deuropening.
